Vorige afbeeldingVolgende afbeelding

Lipizzaner

De oorsprong van de Lipizzaner gaat terug tot 1580. In dat jaar stichtte de Oostenrijkse aartshertog Karel II van Oostenrijk een eigen hofstoeterij. Hij kocht van de bisschop van Triëst het landgoed "Lippiza" bij Sežana (Sessana) en verordonneerde de bouw van een stoeterij. Zijn doelstelling was om paarden voor transport, parades, slagveld en jacht te fokken, vooral ten behoeve van zijn eigen hof in Graz. De statige Spaanse paarden van de hofstoeterij van zijn neef, de Spaanse koning Filips II, in Cordoba waren voor hem een inspiratie.

De bouw van de stoeterij omvatte ook het cultiveren van de ruwe karstbodem. Aarde werd aangevoerd uit de wijde omgeving om de stenige bodem te verrijken en vervolgens te bebossen. Wegens watergebrek werd een systeem voor regen- en dauwopvang ontwikkeld. De aankoop van de eerste paarden werd gedaan in Spanje in 1581. In de daaropvolgende jaren volgden verschillende transporten van hengsten en merries uit Zuid-Spanje, aangekocht door de Oostenrijkse ambassadeur in Spanje, Baron Khevenhüller. Naast Spaanse paarden werden later ook paarden van een vergelijkbaar type (de Napolitaner) uit Italië aangevoerd. 

Toen de zoon van Karel II in Wenen keizer werd, werd de hofstoeterij Lippiza sindsdien hofleverancier van barokke rij- en koetspaarden voor het keizerlijke hof. Naast Lippiza bezat het hof nog andere stoeterijen, zoals de fokkerij van de Kladruber in Kladruby nad Labem, Kopcany, Enyed en Halbturn. Tussen deze stoeterijen bestond een voortdurende uitwisseling van fokmateriaal van het Spaanse type. Vanaf het begin van de 18e eeuw werden naast Spaanse en Napolitaanse paarden ook fokpaarden aangekocht of verkregen uit andere hofstoeterijen in Europa. Bijvoorbeeld uit de Deense koninklijke stallen in Frederiksborg en de hofstoeterij Bückeburg in Duitsland. Bovendien werden ook verschillende Arabische paarden ingezet.

De paarden van de hofstoeterij Lippiza werden gedurende verschillende oorlogen regelmatig geëvacueerd. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, in 1915 werd het paardenbestand van Lippiza overgebracht naar het Oostenrijkse Laxenburg bij Wenen. Na de oorlog viel het oude keizerrijk Oostenrijk-Hongarije uiteen en verviel de omgeving van Lippiza aan Italië. Het grootse deel van de keizerlijke kudde moest aan de Italianen worden afgegeven, die vanaf toen de Italiaanse spelling gebruiken: Lipizza en Lipizzaner. Zevenennegentig paarden bleven in de nieuwe republiek Oostenrijk en werden in 1920 naar de stoeterij Piber gebracht. Deze paarden vormden, samen met de lipizzaners uit Radautz, de basis voor de huidige Oostenrijkse lipizzanerfokkerij, de leverancier van de Spaanse Rijschool uit Wenen. 

De lipizzaner is van oudsher gefokt als middelgroot, licht rij- en koetspaard. Een gezond, hard, sterk, wendbaar paard met veel uithoudingsvermogen en intelligent karakter. Dit maakt hem uitermate geschikt voor de hedendaagse (internationale) mensport.

Als rijpaard is de lipizzaner bij uitstek bekend als hét klassieke dressuurpaard. Vanwege zijn aangeboren vermogen tot verzameling is hij uitermate geschikt voor de allerzwaarste oefeningen uit de Klassieke Dressuur met inbegrip van de zogenaamde "schoolsprongen" als levade, courbette en capriole. 

  • Ahoy
  • Hoefslag
  • Mediacenter Rotterdam
  • My Austrian
  • Ros
  • Volvo Mobile Centre