Geschiedenis en Tradities
Lipizzaner danken hun rasnaam aan Lipica, een dorpje niet ver van de huidige Italiaans-Sloveense grens. Sedert duizenden jaren werden in het ruwe klimaat en op de karige kalkbodem van het Karstgebergte paarden gefokt die uitblonken door kracht en uithoudingsvermogen. In de 16e eeuw waren de edele dieren uit deze streek fel begeerd. Vanaf die periode werden de paarden gekruist met paarden uit Spanje, welke bij alle Europese hoven zeer populair waren vanwege hun hoge beenactie, hun fiere barokke houding en edel postuur.
In 1572 richtte Keizer Maximiliaan II een Spaanse manege op in Wenen, waar uitsluitend paarden van Spaanse oorsprong werden toegelaten. Hier komt de naam ‘Spaanse’ Rijschool vandaan. In eerste instantie werden alleen paarden uit de hofstoeterij van Bohemen gebruikt, vanaf 1850 werd echter overgeschakeld op paarden die gefokt werden in de hofstoeterij van Lipica. In de 18e eeuw ontstonden definitief de Lipizzanerlijnen, die tot op heden in alle Lipizzaner over de gehele wereld hun naam vereeuwigd hebben. Klik hier voor foto's van de Lipizzaner veulens in de stoeterij in Piber.
De Spaanse Rijschool is de laatste en oudste rijschool waar de klassieke rijkunst nog uitgeoefend wordt. De traditionele opleiding gebeurt volgens eeuwenoude, vooral mondeling overgebrachte methoden. Veel opleidingswerk vindt plaats vanaf de grond en niet gezeten op het zadel. Jarenlang trainen de witte hengsten verschillende oefeningen, zoals ieder dressuurpaard dat doet. Daar waar echter de training bij veel ruiters ophoudt, gaat deze hier verder met hogeschool dressuur. De Piaffe, Passage, Levade en Courbette zijn enkele oefeningen die de paarden en hun ruiters tot in de perfectie beheersen. In de middeleeuwen werd de paarden geleerd om tijdens gevechten te springen en met hun benen naar achteren te schoppen (een capriole). Deze eeuwenoude aanvalstechniek is alleen nog in De Spaanse Rijschool te bewonderen.






